Morssinkhof Rymoplast bouwt nieuwe fabriek voor kunststofrecycling in Heerenveen

Morssinkhof Rymoplast bouwt nieuwe fabriek voor kunststofrecycling in Heerenveen

Morssinkhof Rymoplast Groep gaat een hypermoderne fabriek bouwen in Heerenveen voor kunststofrecycling. De recyclingfabriek gaat naar verwachting begin 2019 in operatie en kan tot 20.000 ton CO2 besparen.  De recyclingfabriek zal worden gerealiseerd op Ecopark De Wierde in Heerenveen, naast de kunststofsorteerinstallatie in aanbouw van Omrin, HVC en Midwaste. Morssinkhof Rymoplast zal het gesorteerde kunststof van de sorteerinstallatie verwerken tot een hoogwaardige secundaire grondstof. In aanvulling op het kunststofverpakkingsafval van de sorteerinstallatie zal de fabriek gelijksoortige afvalstromen uit Nederland en aangrenzende landen verwerken. De investering vorig jaar van IKEA Group (Ingka Holding B.V. en haar dochterbedrijven) in Morssinkhof Rymoplast Groep ondersteunt de bouw van de nieuwe recyclingfabriek. Uitbreiden van het aanbod hoogwaardige secundaire kunststoffen onderstreept de toewijding van IKEA Group een bijdrage te leveren aan de circulaire economie.   Morssinkhof Rymoplast en de kunststofsorteerinstallatie in Heerenveen hebben een langdurige samenwerking afgesloten voor de verwerking van het betreffende kunststofafval van 3 miljoen huishoudens in Nederland. “De nieuwe recyclingfabriek is een bijzonder voorbeeld van samenwerking in de productieketen en een gedeelde inspanning voor een circulaire economie. Dat Morssinkhof Rymoplast, gesteund door IKEA Group, investeert in een nieuwe recyclingfabriek naast de sorteerinstallatie momenteel in aanbouw van Omrin, HVC en Midwaste, is een unieke opzet van ‘closing the loop’.” aldus Eric Morssinkhof. De hypermoderne fabriek heeft een capaciteit om PP en HDPE kunststoffen uit consumentenafval te verwerken in secundaire grondstoffen voor hoogwaardige toepassingen. De bouw van de fabriek zal naar verwachting spoedig aanvangen. Een volledig operationele fabriek kan tot 20.000 ton aan CO2 besparen per jaar. Dit is een voorbeeld hoe onze investeringen een bijdrage leveren aan de circulaire economie. We investeren in aanbod van duurzame grondstoffen en energie door directe investeringen in recycling, duurzame bosbouw- en energieontwikkelingen. Afval behandelen als een nieuwe grondstof is in onze ogen een bepalende verandering van dit tijdperk. Dit kan alleen gebeuren als de infrastructuur daarvoor bestaat. Daarom zijn we zeer verheugd dat onze investering de bouw van deze fabriek mede mogelijk maakt” aldus Krister Mattsson, Head of Financial Asset Management, IKEA Group. Over Morssinkhof Rymoplast Morssinkhof Rymoplast heeft meer dan 50 jaar ervaring in kunststofrecycling en is een leidende partij in Europa. Met behulp van innovatieve techologie verwerkt het bedrijf kunststofafval van consumenten en de industrie tot bruikbare hernieuwde grondstoffen. Over de jaren is de verwerkingscapaciteit uitgegroeid tot 250.000 ton in 2017. De ontwikkeling van de recycling-industrie is een belangrijke kracht achter de beweging naar de circulaire economie, een systeem waar afval is...

Lees verder

Kunststofafval: een Europese strategie om de planeet en onze burgers te beschermen en onze industrie te versterken

Kunststofafval: een Europese strategie om de planeet en onze burgers te beschermen en onze industrie te versterken

De allereerste Europese strategie inzake kunststoffen, die vandaag is aangenomen, maakt deel uit van de overgang naar een meer circulaire economie. Deze strategie beschermt het milieu tegen plastic vervuiling, bevordert de groei en de innovatie en maakt van een uitdaging een positieve doelstelling voor de toekomst van Europa. Er zijn sterke zakelijke argumenten voor de transformatie van de manier waarop producten in de EU worden ontworpen, vervaardigd, gebruikt en gerecycled, en door het voortouw bij deze overgang te nemen, zullen we nieuwe investeringsmogelijkheden en banen scheppen. Volgens de nieuwe plannen moeten alle kunststofverpakkingen op de EU-markt tegen 2030 kunnen worden gerecycled, wordt het gebruik van plastic voor eenmalig gebruik teruggedrongen.en wordt het opzettelijke gebruik van microplastics beperkt. Eerste vicevoorzitter Frans Timmermans, verantwoordelijk voor duurzame ontwikkeling, zei: “Als we de manier waarop we kunststoffen produceren en gebruiken niet veranderen, is er tegen 2050 meer plastic dan vis in onze oceanen. We moeten voorkomen dat plastic in ons water, ons voedsel en zelfs in ons lichaam komt. De enige langetermijnoplossing is het plastic afval te verminderen door meer recycling en hergebruik. Dit is een uitdaging die burgers, het bedrijfsleven en de overheden samen het hoofd moeten bieden. Middels de EU-kunststoffenstrategie stimuleren we ook een nieuw en meer circulair bedrijfsmodel. We moeten investeren in innovatieve nieuwe technologieën die veilig zijn voor onze burgers en ons milieu, en tegelijk de industrie concurrerend houden.“ Vicevoorzitter Jyrki Katainen, verantwoordelijk voor banen, groei, investeringen en concurrentievermogen, voegde toe: “Met onze kunststoffenstrategie leggen we het fundament voor een nieuwe circulaire economie voor kunststoffen en stimuleren we gerichte investeringen. Hierdoor vermindert het zwerfvuil te land, in de lucht en ter zee en ontstaan ook nieuwe kansen voor innovatie, het concurrentievermogen en hoogwaardige banen. Dit is een geweldige gelegenheid voor de Europese industrie om mondiaal leiderschap in nieuwe technologie en materialen te ontwikkelen. Consumenten worden in staat gesteld om bewust te kiezen voor het behoud van het milieu. Dit is een echte win-winsituatie.“ Lees hier de rest van het persbericht en de link naar de EU strategy on...

Lees verder

Transitieagenda kunststoffen

Transitieagenda kunststoffen

Kunststof en rubber zijn niet weg te denken uit onze samenleving. De afgelopen vijftig jaar heeft het gebruik van kunststoffen een enorme vlucht genomen. Mede door de veelzijdige eigenschappen is de wereldwijde toepassing vertwintigvoudigd. Kunststoffen zijn sterk, stijf, flexibel, vormvast of juist vormvrij en dragen zo bij aan comfort, veiligheid, houdbaarheid, hygiëne en energie-efficiëntie. Met kunststof geproduceerde toepassingen leveren ook ten opzichte van het gebruik van andere materialen een bijdrage aan het verminderen van de CO2-emissies. Behalve een groot aantal voordelen, brengt de grootschalige toepassing van kunststof ook nadelen met zich mee. Het gebruik van (veelal) fossiele grondstoffen en energie oefent druk uit op het milieu. De verspreiding van plastic zwerfvuil en microplastics op land en in zee resulteert in een groeiende vervuiling van de ecosystemen. Dus ondanks alle voordelen, zien wij ons gesteld voor een aantal belangrijke uitdagingen.  Deze transitieagenda neemt al deze punten mee in een actie- en interventieagenda voor de komende jaren vanuit de gezamenlijke ambitie in het Grondstoffenakkoord om een versnelling te bewerkstelligen in de transitie naar de circulaire (kunststof)economie, waar kunststof van waarde is en blijft. Kunststoffen hebben in 2050 een geringe voetafdruk en zijn gemaakt van gerecyclede of hernieuwbare – biobased – kunststoffen van een gegarandeerde kwaliteit. Er is niet langer sprake van verbranding van plastics, onnodig materiaalgebruik behoort tot het verleden. Met de circulaire kunststofeconomie levert de sector een bijdrage aan de energie- en klimaatdoelstellingen. Er worden geen zorgwekkende stoffen in kunststoffen verwerkt die een gevaar kunnen opleveren voor de volksgezondheid en het ecosysteem. Door het sluiten van de kunststofketen zorgen producenten, retailers én consumenten ervoor dat macro- en microplastics niet langer lekken naar het milieu. Kabinetsreactie Een kabinetsreactie op de plannen zal -als onderdeel van de uitwerking van de klimaatagenda- voor de zomer naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Daarbij zal concreet worden aangegeven wat deze kabinetsperiode kan worden bereikt, door verschillende duurzame initiatieven te versnellen en op te schalen. Ook de andere opstellers Gezamenlijke inzet De transitie naar een circulaire economie gaat niet vanzelf. Het vraagt om de betrokkenheid van veel maatschappelijke partijen: consumenten, bedrijven, vakbonden, natuur- en milieuorganisaties, financiële instellingen, overheden, kennisinstituten en nog veel meer partijen. Daarom hebben de opstellers van het Grondstoffenakkoord afgesproken dat iedereen naar vermogen zijn of haar bijdrage kan leveren aan de agenda’s. Daarom wordt er naast een kabinetsreactie ook een reactie van de opstellers...

Lees verder

China bans imports of scrap plastics and other “foreign garbage” by the end of 2017

China bans imports of scrap plastics and other “foreign garbage” by the end of 2017

China told the World Trade Organization July 18 that it will ban imports of scrap plastics and other “foreign garbage” by the end of the year, officially taking a step that had been widely rumored in the industry. The move drew quick criticism from a recycling industry trade group in the United States, the Institute of Scrap Recycling Industries, which said it would be “devastating” to the global recycling industry and cost thousands of U.S. jobs. ISRI said the ban would include most scrap plastics, including PET, PVC, polyethylene and polystyrene, as well as mixed papers and slag. China’s government said it was taking the action to protect public health and the environment. Read more...

Lees verder

Dutch Circular Design Centre, marktverkenning en haalbaarheidsonderzoek expertisecentrum circular design

Dutch Circular Design Centre, marktverkenning en haalbaarheidsonderzoek expertisecentrum circular design

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft Partners for Innovation gevraagd om een verkenning uit te voeren naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een ‘Expertisecentrum Circular Design’. Deze verkenning moet antwoord geven op de vraag of er behoefte is aan een Expertisecentrum Circular Design, in het licht van de transitie naar een circulaire economie in Nederland. De conclusies van deze verkenning zijn gebaseerd op deskresearch, een enquête en interviews met 140 stakeholders vanuit zowel de aanbod als de vraagkant.  Belangrijke conclusie van dit onderzoek is dat een brede, diverse groep belanghebbenden het (zeer) wenselijk acht, dat er een expertisecentrum circulair ontwerpen komt, met als doelstellingen o.a. om de nu nog gefragmenteerde, schaarse kennis over circulair ontwerpen beter te ontsluiten, en nieuwe kennis gericht te ontwikkelen. Aanbevelingen: Nederland heeft een voorloperrol op het gebied van Circulaire Economie en Design, de combinatie is uniek en sterk. Het Ministerie van IenM kan een belangrijke rol spelen bij het verder ontwikkelen en versterken van Circular Design. Er zijn verschillende founding partners die een rol willen spelen in een Expertisecentrum en het centrum ondersteunen wanneer er langdurig commitment ( >4 jaar) is.  Het Expertisecentrum hoeft geen groot beslag op beschikbare middelen te leggen, het kan ‘lean’ worden ingericht, zeker wanneer er aanvullende financiering komt voor activiteiten op operationeel niveau, zoals CIRCO en NL Circulair.  De activiteiten kunnen worden aangevuld met projectfinanciering, bijvoorbeeld uit Europese programma’s.  De focus zal vooral moeten liggen op activiteiten die nog niet voldoende worden opgepakt, op het gebied van kennisopbouw en –uitwisseling, zoals: het versterken van de wisselwerking tussen onderzoek en praktijk, de wisselwerking tussen beleid en praktijk en het opbouwen van een Europees netwerk.  Het Expertisecentrum kan een belangrijke bijdrage leveren aan de transitieagenda’s van de vijf prioritaire bedrijfssectoren uit het Rijksbrede Programma..  Het Expertisecentrum kan Nederland in Europa en Internationaal op de kaart zetten Lees hier het hele...

Lees verder

Innoveren = Concurreren

Innoveren = Concurreren

Hoe duurzaam concurrentievoordeel te behalen door als overheid in te spelen op innovaties uit de maatschappij? Een groot deel van de Nederlandse economie is gebaseerd op fossiele grondstoffen, o.a. aardolie, aardgas en kolen. Het cluster in de Rotterdamse haven rondom de raffinage en distributie van aardolie-achtige mineralen bijvoorbeeld is erg groot en belangrijk voor onze economie. Maar in een wereld van grote onzekerheden is één ding zeker: dit cluster gaat krimpen. De vraag is: wat zetten we ervoor in de plaats? Hoe zorgen we dat al die mensen die nu in deze sectoren werkzaam zijn straks ook werk hebben? En waar kunnen toeleveranciers en transportbedrijven in de toekomst hun geld mee verdienen? We moeten onze economie omvormen naar een houdbaar toekomstmodel. Zowel qua duurzaamheid als economisch. Een omwenteling van fossiel naar groen, van lineair naar circulair, van recyclen naar upcyclen en van bezit naar ruilen of huren is daarvoor nodig. Maar zo’n transitie is geen zelfrijzend bakmeel. Er zullen vele innovaties nodig zijn om de omschakeling naar een duurzame economie te maken. Technische innovaties, sociale innovaties en nieuwe businessmodellen. Deze innovaties zorgen er ook voor dat het bedrijfsleven competitief blijft. Concurreren is dus innoveren. Maar omgekeerd geldt ook dat innovaties onderling concurreren. In de survival of the fittest zal blijken welke innovatie, welke product of dienst, zal zegevieren. Innoveren is dus concurreren. De overheid heeft in het technologisch innovatiesysteem een belangrijke rol, om bedrijven te helpen zich fit te maken voor de toekomst. Koplopers in verduurzaming (o.a. Denemarken en Duitsland) hebben ambitieuze en langjarige doelstellingen geformuleerd, investeren veel in kennis en ondersteunen innovatie met publieke middelen. En ook maken ze keuzes op basis van hun sterke kanten. Voor Nederland zou dit betekenen dat er kansen liggen in de agrofood, procesindustrie, logistiek en afvalindustrie. Daarnaast blijkt Nederland met name goed in de processen vóór de productie (o.a. ontwerp/design) en ná de productie (distributie, logistiek). Binnen sectoren zou men vooral op zoek moeten gaan naar het optimaal exploiteren van niches in de wereldmarkt. Ontwikkeling van deze niches kan worden bereikt door samen te werken met veeleisende gebruikers in de thuismarkt. Bij elke innovatie, en zeker die met overheidsgeld wordt ondersteund, zou de samenwerking met ketenpartners en de doorontwikkeling tezamen met gebruikers een voorwaarde moeten zijn. De overheid kan als launching customer ook zo’n gebruiker zijn. Omdat innovatie inherent onzeker is (het is niet van tevoren duidelijk welke producten succesvol zullen worden) kan niet op voorhand gekozen worden voor bepaalde technologieën, producten of diensten. Het is daarom veel waardevoller om met verschillende marktpartijen samen te werken en een pijplijn of portfolio van innovaties te op te tuigen. Na elke productfase zullen de meest succesvolle technologieën, producten en diensten geselecteerd worden voor een volgende fase, tot uiteindelijk enkele kampioenen overblijven. Dit gedachtengoed is door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu toegepast in het kader van de duurzame brandstofvisie. Daar is nagegaan in welke ontwikkelingsfase de verschillende product-marktcombinaties – dat wil zeggen een combinatie van een voertuigsegment (personenvoertuigen, bussen, vracht enz.) en brandstof (elektrisch, waterstof, hernieuwbaar gas enz.) zich bevinden, en op welke manier innovatie ondersteund kan worden. Het denkkader rondom innoveren wordt momenteel breder uitgetest op 5 IenM transities.  Teun Morselt Blueconomy  ...

Lees verder

Brief van de voorzitters van de 5 transitieagenda’s aan de formateur

Brief van de voorzitters van de 5 transitieagenda’s aan de formateur

Het Kabinet en de grote maatschappelijke partijen hebben op 24 januari 2017 het grondstoffenakkoord getekend. De grondstoffen transitie en Circulaire Economie zijn belangrijke maatschappelijke transities die vergeten dreigen te worden tijdens de formatie, terwijl er momenteel geen middelen voor gereserveerd zijn in de departementale begrotingen. Dit terwijl de uitdagingen in onder meer technisch, economisch en bestuurlijk opzicht groot zijn. TNO heeft onlangs becijferd dat ook de kansen groot zijn, met meer dan 7 miljard euro aan toegevoegde economische waarde en meer dan 50.000 arbeidsplaatsen. Maar deze worden niet vanzelf gerealiseerd. De noodzaak tot actie is groot, gezien de economische, klimatologische en milieukundige urgentie. De kansen voor Nederland liggen er om koploper te worden op dit terrein. Ook voor Nederland als handelsland, met een goede economie en infrastructuur voor de distributie van grondstoffen. Het maatschappelijke draagvlak voor circuaire economie neemt snel toe: inmiddels staat de teller op ruim 325 maatschappelijke organisaties die het akkoord ondertekend hebben. In mei 2017 zijn vijf transitieteams van start gegaan met het opstellen van transitieagenda’s. De voorzitters van de transitieteams voor biomassa en voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen doen een oproep aan de informateur om de circulaire economie speerpunt te maken in het overheidsbeleid. brief voorzitters transitieteams circulaire economie aan informateur Emmo Meijer – voorzitter transitieteam biomassa en voedsel Jos Keurentjes – voorzitter transitieteam kunststoffen Elphi Nelissen – voorzitter transitieteam bouw Anne-Marie Rakhorst – voorzitter transitieteam consumptiegoederen Fried Kaanen – voorzitter transitieteam...

Lees verder